CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2018

 

Sjostakovitsj: Symfonie nr. 14 op. 135

Julia Korpacheva (sopraan), Peter Migunov (bas), MusicAeterna o.l.v. Teodor Currentzis
Alpha 378 • 52' •
Opname: juli 2009, Opera Theatre, Novosibirsk (Rusland)

   

Novosibirsk is met anderhalf miljoen inwoners de derde stad van Rusland, en bezit tevens het grootste operahuis van Rusland - groter dan het Moskouse Bolshoi. Van 2004-2010 was de Griekse dirigent Teodor Curentzis hier chef-dirigent en hij pakte de zaken voortvarend aan. Uit naburige conservatoria recruteerde hij een aantal musici waarmee hij het ensemble MusicAeterna oprichtte. Daarmee maakte hij geruchtmakende opnamen van Mozarts Requiem en Purcells Dido and Aeneas, plus de hier te bespreken cd. Currentzis werd geboren in 1972, dus toen hij in Novosibirsk aantrad was hij 32 en onbekend. Inmiddels is hij 45 en heeft hij de schade ruimschoots ingehaald. Hij maakte een tussenstop bij het operahuis van Perm, en ook daar kwamen spraakmakende opnamen kwamen tot stand, met als blikvangers de drie Da Ponte opera's van Mozart voor het label Sony. Paul Korenhof heeft Cosi fan Tutte hier besproken en was not amused. Binnenkort begint Currentzis aan zijn eerste seizoen bij het orkest van de Duitse SWR, ooit het werkterrein van Rosbaud en Gielen, dat nu de gevolgen van twee fusies moet verwerken. We mogen hem sterkte wensen. Currentzis is een leerling van dirigentenmaker Musin die naar verluidt over hem heeft opgemerkt dat hij veel uitstekende dirigenten opleidde, maar slechts één genie.

Van Teodor Currentzis zelf bestaat de uitspraak dat het maken van opnamen uitsluitend zin heeft wanneer je iets nieuws te vertellen hebt. Op deze opname uit 2010 is dat precies wat hij doet, vandaar dat het label Alpha nu, in 2017, besluit tot een heruitgave. Ook bovengenoemde titels van Mozart en Purcell werden onlangs heruitgegeven en hier besproken. Zoals we inmiddels gewend zijn van deze dirigent brengen zijn interpretaties de een tot razernij en de ander in extase. Dat was destijds bij deze cd niet anders. Currentzis kijkt naar Sjostakovitsj door de bril van iemand die gewend is aan de vibratoloze speelwijze die we uit de historische uitvoeringspraktijk gewoon zijn gaan vinden. Niet alleen in het strijkorkest, ook wat betreft de sopraansoliste. Wie de proef op de som wil nemen kan het beste het begin van het vierde deel, Le Suicidé, beluisteren. Sopraan Julia Korpacheva klinkt daar meer als Emma Kirkby dan als Galina Vishnevskaya - alweer: voor de een een zegen, voor de ander een vloek. Sjostakovitsj schreef deze symfonie in 1969, en sindsdien zijn we gewend geraakt aan radicale nieuwe inzichten in de uitvoeringspraktijk. Dat Sjostakovitsj er ook aan moet geloven zal niet door iedereen worden gewaardeerd. Zeker niet door luisteraars die opgroeiden met de interpretaties van Kondrashin, Rozhdestvensky en de dirigent van de wereldpremière, Rudolf Barshai. Maar de tijd staat niet stil, en wie met een open oor luistert zal eerlijk moeten bekennen dat Currentzis zich scrupuleus aan de noten van Sjostakovitsj houdt, en dat zijn interpretatie 'zonder voorkennis' en met uitzondering van het aandeel van sopraan Julia Korpacheva weet te overtuigen. Ik heb ernstige twijfels bij de opnametechnische uitgangspunten, die kennelijk gebaseerd zijn op de meersporentechniek waarvan Decca zich decennia geleden met de Phase 4 techniek ook al bediende. Een kunstje dat op het eerste gehoor (zeker door de koptelefoon) epateert, maar na een poosje erg vermoeiend werkt. Kennelijk wil Currentzis ook de opnametechniek gebruiken om zijn nieuwe inzichten te verspreiden. Een laatste citaat van deze zelfverzekerde maestro: I will save classical music.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links